Sportstory

Veldrijden en wegwielrennen zijn geen

aparte werelden meer: ‘Wegteams zoals

Jumbo-Visma en Alpecin-Deceuninck spelen

een steeds grotere rol’

 Overzicht van de traditionele crossploegen en veldritteams met wegafdeling. ©Milo Syryn

De tijd dat het veldrijden en het wegwielrennen twee afzonderlijke werelden waren, ligt ondertussen al even achter ons. Veldritploegen met een wegafdeling, zoals Team Jumbo-Visma en Alpecin-Deceuninck beginnen een steeds grotere rol te spelen in veldritland. Pauwels Sauzen-Bingoal en Baloise-Trek Lions proberen zich als traditionele crossploegen ondanks de grote verschillen staande te houden.

Pauwels Sauzen-Bingoal en de Baloise-Trek Lions zijn al decennialang de toonaangevende ploegen in het veld. Beide ploegen focussen zich volledig op de cross en hebben geen wegambities. Ondanks de komst van kapitaalkrachtige wegteams, blijven beide ploegen elk hun crossen winnen. Pauwels Sauzen-Bingoal heeft met Europees Kampioen Michael Vanthourenhout en Wereldbekerleider Eli Iserbyt, twee renners in dienst die toch elk jaar een mooi aantal crossen weten te winnen. De Baloise-Trek Lions moeten niet onderdoen. Sterker nog, alle eliteveldrijders van de ploeg wisten dit seizoen al als eerste over de streep te komen. Dat zijn er vier in totaal: Lars Van Der Haar, Pim Ronhaar, Joris Nieuwenhuis en Thibau Nys.

Team Jumbo-Visma, Circus-ReUz-Technord en Alpecin-Deceuninck hebben wel alle drie een band met de weg. De Nederlandse ploeg begaf zich in de winter van 2019 voor het eerst in het veld. De reden hiervoor was het aantrekken van Wout van Aert. Onze landgenoot was op dat moment één van de toppers in het veldrijden. Tot op heden is Van Aert nog steeds de enige mannelijke crosser in de gelederen van Team Jumbo-Visma. Circus-ReUz-Technord daarentegen staat bekend als het opleidings- en veldritteam van World Tour-ploeg Intermarché-Circus-Wanty. Met Kevin Kuhn, Thijs Aerts en Gerben Kuypers telt de ploeg drie mannelijke profveldrijders.

‘Zo’n specifiek wegprogramma met allerlei topwedstrijden is niet per se noodzakelijk voor de gewone, fulltime crosser.’
Eric Braes

Alpecin-Deceuninck gebruikt de cross tegenwoordig vooral als voorbereiding op het wegseizoen. Opvallend, zeker als je weet dat de ploeg oorspronkelijk een traditioneel veldritteam was. Ploegbazen Philip- en Christoph Roodhooft richtten in 2009 de ploeg ‘BKCP Powerplus’ op. Met Niels Albert haalden de broers heel wat fraaie resultaten. Daarna begon de ploeg beetje per beetje te groeien en uiteindelijk heeft dat geleid tot wat Alpecin-Deceuninck tot op de dag van vandaag is. Een team dat zowel op de weg en het veld uitstekend scoort, met Mathieu Van Der Poel als absolute topper.

Ongelijk wegprogramma

Als we kijken naar de traditionele veldritploegen en teams met een wegafdeling zien we drie grote verschillen. De eerste is het wegprogramma. Eric Braes, ploegleider bij Baloise-Trek Lions verduidelijkt: “Alpecin-Deceuninck en Jumbo-Visma hebben een veel bredere wegkern. Dat maakt dat zij in Januari à februari al op de weg kunnen koersen en ook aan veel grotere, internationalere wedstrijden kunnen deelnemen. Wij beginnen pas begin mei aan ons wegprogramma.”

Bovendien beschikken ploegen als Team Jumbo-Visma en Alpecin-Deceuninck ook nog eens over een World Tour-licentie. Dat betekent dat ze op een hoger niveau kunnen rijden dan de Baloise-Trek Lions. Zij hebben slechts een licentie voor het continentale niveau. Ook Thomas Sneyers, verantwoordelijk voor marketing en partnerships bij Alpecin-Deceuninck merkt dat het wegprogramma niet te vergelijken valt. “Voor de traditionele crossploegen telt vooral de periode van september tot februari en daar is hun wegprogramma op aangepast. Bij ons is het een beetje omgekeerd. Wij hebben vooral renners die de cross gebruiken om zich voor te bereiden op het wegseizoen.”

De volledige staf van de Baloise-Trek Lions samen met renster Shirin Van Anrooij op het WK veldrijden van Hoogerheide in 2023. Hierbij ook
Eric Braes (derde van links). ©Baloise-Trek Lions

Dat wegseizoen staat voor Alpecin-Deceuninck eigenlijk een stapje hoger dan de cross. De Vlaamse voorjaarsklassiekers en de grote rondes zijn het grote doel van de ploeg. Bij het team van ploegbaas Sven Nys zijn dat wedstrijden zoals Dwars door het Hageland en de Baloise Belgium Tour. Die laatste koers is niet toevallig, want de Ronde van België en de crossploeg delen dezelfde hoofdsponsor. Desondanks denkt Braes dat dit geen al te groot verschil maakt op vlak van prestaties in het veld. “Zo’n specifiek wegprogramma met allerlei topwedstrijden is niet per se noodzakelijk voor de gewone, fulltime crosser.”

Financieel verschil

Het tweede verschil is het budget. Volgens Mario De Clercq, technisch coördinator en ploegleider bij Pauwels Sauzen Bingoal is dat het belangrijkste verschil. “World Tour-ploegen zoals Alpecin-Deceuninck en Jumbo-Visma hebben een budget van 30- tot 50 miljoen euro. Bij een crossploeg zoals wij is dat tien keer minder. Minder budget betekent ook minder renners en daarom zijn wij genoodzaakt om één specifiek doel te kiezen en dat is de cross.”

Jan Boven, ploegleider bij Team Jumbo-Visma bevestigt het financiële verschil, maar wil geen bedrag prijsgeven. Wel geeft hij mee dat hij niet van de ‘volle pot’ kan genieten. “Wij hebben inderdaad een groter budget, maar het budget van onze veldritafdeling is maar een klein stukje van het totaal. Ik moet mij daaraan houden. Hetzelfde geldt voor onze andere afdelingen. Iedereen heeft zijn eigen te besteden bedrag”, onderstreept Boven.

Jan Boven in actie op de cross in Kortrijk. ©Milo Syryn

Minder middelen

Een groter budget betekent ook meer middelen en daar ligt nu net het laatste grote verschil. “Ik denk dat we vooral op vlak van materiaal een voordeel hebben”, vertelt Boven. “We beschikken over veel meer spullen. Daarnaast hebben we meerdere bussen en ook verschillende ploegauto’s. Dat maakt dat wij gemakkelijker kunnen schuiven qua staf. Bijvoorbeeld als er eens iemand ziek uitvalt.” De Nederlanders kunnen beschikken over één à twee verzorgers en twee mecaniciens per renner. Allen zijn ze vast dienst.

‘Ik sprak onlangs Christoph Roodhooft en hij vertelde mij dat hij net zijn 100ste personeelslid had aangeworven.’

Mario De Clercq

Bij de Baloise-Trek Lions kunnen ze daar alleen maar van dromen. “Wij hebben geen enkele mecanicien of verzorger vast in dienst. We werken vooral met vrijwilligers en dat zijn dan snel vrienden of familie. Natuurlijk hebben we wel een ploegleider, teammanager en ploegarts die werkzaam zijn bij ons”, benadrukt Eric Braes.

Slechts bij één crossteam met wegafdeling is dat ook het geval, namelijk Circus-ReUz-Technord. Zij beschikken slechts over een beperkt kernteam. Hiermee komen ze van de veldritteams met wegafdeling het meest in de buurt van de traditionele veldritploegen. Gerben Kuypers, bezig aan zijn eerste seizoen bij de ploeg, legt uit. “Wij hebben met Bart Wellens en zijn broer Geert twee ploegleiders. Naast hen heb je nog mecaniciens en verzorgers, maar de meesten onder hen werken op vrijwillige basis.”

De Clercq treedt Braes en Kuypers bij. “Met mecaniciens, verzorgers en ploegleiders inbegrepen komen wij maar aan vijf à zes mensen. Ik sprak onlangs Christophe Roodhooft en hij vertelde mij dat hij net zijn 100ste personeelslid had aangeworven.”

Ploegleider Robby Cobbaert (links) en Technisch coördinator & ploegleider Mario De Clercq (rechts). ©Pauwels Sauzen-Bingoal

Over personeelskwesties hoeft de ploeg van Mathieu Van Der Poel zich alvast geen zorgen te maken. Ze kunnen zowel rekenen op familieleden en vrienden van de renners, als op mecaniciens en verzorgers die vast in dienst zijn. Opmerkelijk is wel dat mecaniciens ook bij Crelan-Corendon – een andere ploeg van de gebroeders Roodhooft – geregeld bijspringen. Hierbij kun je dan de vraag stellen: ‘Staan Alpecin-Deceuninck en Crelan-Corendon wel los van elkaar?’

Ploegmaats in de zomer, concurrenten in de winter

Volgens Sneyers – nota bene sinds oktober teammanager bij Crelan-Corendon – alvast wel: ‘      “Vanaf dat de renners het veld induiken, zijn ze geen ploegmaats meer. Ze vertegenwoordigen elk een ander team en wij verwachten ook dat ze op die manier koersen. Aan het begin van het seizoen hameren we daar vaak op, om problemen in de toekomst te vermijden”, vertelt Sneyers.

Opvallend is dat de renners van Crelan-Corendon hun wegwedstrijden in hetzelfde shirt afwerken als Alpecin-renner Niels Vandeputte, namelijk dat van het Development team van Alpecin-Deceuninck. Met andere woorden, de voltijdse veldrijders van beide ploegen zijn in de winter concurrenten en in de zomer ploegmaats.

Onderlinge gelijkenissen

Naast de verschillen valt op dat er toch ook wel wat gelijkenissen zijn tussen traditionele veldritteams en ploegen met een wegafdeling. Specifieker tussen Pauwels Sauzen-Bingoal en Circus-ReUz-Technord. Beide ploegen organiseren onder andere op dezelfde dag een ploegtraining in de week tussen de crossen door. Robby Cobbaert, ploegleider bij Pauwels Sauzen-Bingoal licht toe wat zo’n trainingen inhouden. “Het kan zowel gaan om trainingen in het veld als op de weg, afhankelijk van wat de renners zelf willen en van welke crossen er op het programma staan. Als we in een periode zitten met veel modderige crossen, is het niet slecht om eens een wegtraining te doen. Daarnaast komen deze trainingen de sfeer alleen maar ten goede”, geeft Cobbaert mee.

‘Op stage kiezen we nooit voor een hotel, maar wel voor een huisje. Dat creëert een veel hechtere band en je leert elkaar beter kennen.’

Gerben Kuypers
Gerben Kuypers in actie op de cross. ©Tristan Dezitter

Met dat laatste zit het bij Circus-ReUz-Technord alvast prima. “Op stage kiezen we nooit voor een hotel, maar wel voor een huisje. Dat creëert een veel hechtere band en je leert elkaar beter kennen’, aldus Kuypers.

De teamtrainingen van de ploeg gaan door in Geel. Met een Zwitser en een West-Vlaming in de ploeg is dat niet altijd evident. “We hebben het geluk dat er in Geel een grote loft is waar wij gebruik van kunnen maken. Zo verblijft Kevin Kuhn daar bijna de hele winter. Bovendien eten we allemaal samen na de training en dat is toch plezanter dan dat je meteen naar huis gaat”, benadrukt Kuypers.

Dat traditionele crossploegen en veldritteams met een wegafdeling niet hetzelfde zijn, is ondertussen wel duidelijk. Diverse verschillen zoals een ongelijk wegprogramma en een  financiële kloof zijn daar het bewijs van. Dat wil niet zeggen dat traditionele crossploegen niet kunnen wedijveren met veldritteams met een wegafdeling. Eli Iserbyt van Pauwels Sauzen-Bingoal en Lars Van Der Haar van de Baloise-Trek Lions winnen jaarlijks nog steeds hun wedstrijden. Wel is het een feit dat zij het met wat minder middelen moeten stellen dan pakweg renners van Team Jumbo-Visma of Alpecin-Deceuninck.